Verslag en foto's bezoek Gruuthusemuseum

De laatste activiteit van het kalenderjaar is traditioneel een culturele activiteit. We verzamelden op een koude, winderige ochtend aan het nieuwe onthaalpaviljoen van het volledig gerestaureerde Gruuthuse museum. We werden voor het bezoek in drie groepjes aan een gids toegewezen.  


We werden eerst ontvangen door mevrouw Aleid Hemeryck, de conservator van het museum die de volledige restauratie heeft begeleid. Het zicht van het huidige museum werd eigenlijk in hoofdzaak in de 19de eeuw bepaald door architect de la Censerie, van groot belang voor het neogotische karakter van Brugge en ook vertegenwoordigd in het museum met zijn borstbeeld. 


Uiteindelijk duurde de recente renovatie 3,5 jaar, een stuk langer dan wat initieel geschat werd. Er was dan ook heel wat werk te verrichten: renovatie van de rijgevel, het schrijnwerk, het glas in lood, het torentje, enz. De renovatie werd begeleid door NOA architecten, dat ook een vestiging in Brugge heeft, en moest verschillende noden kunnen invullen. Het gecontesteerde onthaalpaviljoen is er bijvoorbeeld mogen komen omdat er vroeger op die plaats ook een gebouw stond.  


De collectie is belangrijk en staat in de context van het verhaal van Brugge. Zo zijn er enkele belangrijke manuscripten uit het Stadsarchief van Brugge te zien. De collectie wordt chronologisch opgebouwd: de late Middeleeuwen, de 15de-16de eeuw en de 19de eeuw. Op de zolder bevindt zich Studio+ een hedendaagse en participatieve ruimte. 


Daarnaast is het gebouw zelf ook van belang: de neogotiek, de kleuren, het schrijnwerk (met weggewerkte kablering) en meubilair, .... Er is veel aandacht voor mensen met een sensoriële beperking, maar rolstoeltoegang was jammer genoeg onmogelijk te realiseren wegens de vele trappen en het historische karakter van het gebouw… 


Jozef (met de achternaam die in het Brugse best niet vernoemd wordt (Vangheluwe n.v.d.r.)), de gids die aan onze groep was toegewezen, stond al te popelen van ongeduld om de fakkel van mevrouw Hemeryck over te nemen. En hij gaf mee dat Gruut een ingrediënt was om bier te brouwen. Lodewijk van der Aa, was dan ook van heinde en ver bekend als Lodewijk van Gruuthuse, omdat hij handelaar in gruut was. Het paleis dat hij bouwde is al eeuwenlang een promotie voor Brugge.  


Lodewijk was van vele markten thuis: naast edelman en handelaar was hij ook mecenas (met het wereldwijd bekend devies: ‘Plus est en vous’), zeer gelovig (getuige o.a. de prachtige bidkapel en het symbool van de eenhoorn), rondreizende diplomaat en krijgsman (cf. Fries van de belegering en de vele bombarden). 


Jozef trakteerde ons tussendoor op een toepasselijk gedicht van stadsdichter Herman Leenders. En we waren met z’n allen meer dan klaar om de rondleiding in het gebouw te starten. We werden direct geconfronteerd met de Heer des Huizes (of was het nu toch andersom?) in vol ornaat, inclusief gebedskraal (en nee dus geen Rozenkrans want die werd pas later door een Spaanse Dominicaan uitgevonden). 1927, 1928 of 1929, zijn geboortejaar is onzeker, maar de man werd wel ongeveer 65 jaar wat ruim boven de gemiddelde levensverwachting van ongeveer 40 jaar was. We leerden onderweg dat dit komt door het betere voedsel, de wijn en de betere hygiëne bij de adel. 


We passeerden de zaal met de Hertogen van Bourgondië, gestart bij het huwelijk van Filips de Stoute met Margaretha van Maele (dochter van die andere Lodewijk). Zij was erfgenaam van Vlaanderen, een gebied dat toen veel groter was dan het huidige Vlaanderen en door de hertogen nog veel sterker uitgebreid werd. Het was tevens een zeer rijk gebied. De bloeiperiode eindigde zowat bij Keizer Karel, de Habsburger met de typische vooruitstekende kin. De inteelt werd trouwens fataal voor de Spaanse tak van het Gulden Vlies (de Oostenrijkse tak ging wel verder…). 


We leerden verder over het Gruuthuse handschrift met het Egidiuslied dat ook gedeclameerd werd door onze gids. Dit schrift werd in 2007 jammerlijk verkocht aan de Nationale Bibliotheek van Den Haag voor 1,75 miljoen euro en wordt niet uitgeleend. 


Verder vernamen we o.a. nog dat de Vlaamse primitieven hun naam kregen omdat Michelangelo al veel beter in perspectief schilderde dan onze Vlaamse meesters. Ook amber, aardewerk, grafplaten, retabels, tapijten en andere rijkdommen werden vanuit Brugge naar de wereld geëxporteerd. De Spanjaarden brachten dan weer in de 16de en 17de eeuw koffie, thee, aardappelen, cacao, schilpadden, enz. tot bij ons als vernieuwende maar dure en exclusieve producten. Tal van andere weetjes werden nog verteld door een enthousiaste Jozef, rijkelijk geïllustreerd met allerlei plaatjes of objecten,  die hij telkens weer uit zijn map of uit één van zijn zakken tevoorschijn toverde. 


Tevreden en voldaan trokken we ten slotte naar restaurant ‘Le Chef et Moi’ waar we genoten van apero, een verzorgde lunch en elkaars gezelschap om weer afscheid te nemen “Prettig jaareinde en tot op de Nieuwjaarsreceptie!” klonk het her en der. 


Heel graag tot dan om te klinken op het nieuwe jaar!