Verslag en foto's vriendendinner Hugo Camps

Wat komt er na de democratie in een woud van informatie en desinformatie? Die vraag en de personaliteit waarvoor journalist Hugo Camps staat, heeft een flink pak leden opgetrommeld voor dit eerste business diner van De Hanze na het zomerreces.

Daar zitten we dan allen keurig en vol verwachting te luisteren wanneer dr. Nadine Costers gastspreker Hugo Camps inleidt. Ze kent hem als een harde werker, telkens weer bij de voorbereiding van waar hij goed in is. Op een virtuoze, plastische wijze kenschetst hij het rauwe, het trieste van het leven. En toch haalt hij vaak het goede uit alle pluimage, inclusief politiek en oorlog. Als Hugo Camps het woord neemt, is hij duidelijk gecharmeerd door de lovende woorden van zijn 'lijfarts' zoals hij haar noemt. Ze bombardeert hem tot goed mens. Ze begrijpt zijn kwalen en adviseert soms ook wel eens een vodka... De dunne scheidingslijn tussen leven en dood brengt hem bij Cees Nooteboom: iedereen heeft maar één leven, één lichaam. Ook een menigte is een lichaam. De Hanze, zoals we zo voor hem zitten, is ook een lichaam. Eentje van camaraderie, ondeelbaarheid. Iets wat de samenleving meer en meer mankeert. Politiek en kerk komen nooit meer tot dat ene lichaam. Ze gaan hun eigen weg. Ze vatten ons niet meer. En dat is het drama van de democratie. Waar is dat lichaam? Politiekers zijn randfiguren, ranzige populisten. De echte democratie - recht op een andere mening, een eigen leven, eigen verlangens, individueel en niet gecollectiveerd - wordt niet gediend. De politiek heeft het over het eigen gelijk. Hij pikt in op de media. Met de veiligheidsneurose, de vluchtelingen die binnenkomen met een andere cultuur, andere godsdienst, een ander temperament.
De media met de mode en de coquetterie, de eenvormigheid van ras, groep, geslacht, de angstcultuur. Bang voor het vreemde. Wij Vlamingen, door de miskenning van onze cultuur, zijn nooit bang geweest. Hugo Camps heeft een groot respect voor de creativiteit en de souplesse van de Vlaamse ondernemingsgeest. Met een persoonlijk beeld dat hij ons schetst over zijn moeder, wil hij ons duidelijk maken dat we dikwijls te laf zijn om tegenwind te bieden. We gaan met de stroom mee. Hij noemt het consumentisme. De mainstream die het leven bepaalt, nogal dikwijls door angst. We leven in een laffe politieke cultuur. Anderzijds is de vluchtelingenproblematiek ook niet meteen oplosbaar. Daar moet tijd overgaan. Ook dat is democratie. Via een anekdote uit zijn studententijd typeert hij dat we wat gemakkelijk jaloers zijn op zij die het hebben gekund. Onze democratie verdraagt geen vooruitgang. Ook have-nots verdienen waardigheid. Niet alleen het bruto nationaal product telt, ook het bruto nationaal geluk. Plots zitten we terug in 1984, bij Juliette Gréco, in Parijs. Het is muisstil in de zaal, iedereen luistert geboeid naar de uiteenzetting van deze personaliteit van de geschreven kroniek. Zijn woordenvloed is even snedig als zijn schrijfstijl. In het historisch kader van de ruïnes van de Sint-Donaaskathedraal is De Hanze meer dan ooit verbonden tot dat lichaam van camaraderie, waar Hugo het daarnet nog over had. Met Europa brengt hij ons terug met de voeten op aarde. Europa dat er niet echt iets van bakt en regelmatig de mist ingaat. Het rot weg in onverschilligheid. Xenofobie? Schijnbewegingen van schaduwen? Hij wilt niet kwetsen, hij zoekt geen gelijk. Hij wilt een humanitaire toets nalaten. Men moet de dingen durven benoemen. Met de kracht van poëzie, de schoonheid van woord en muziek kunnen we het allemaal wel overleven. Ooit waren we een retorische natie en Hugo stoort zich duidelijk aan het gemurmel nu in het parlement. Hij houdt van taal, dat mag nog maar eens duidelijk zijn. Als de democratie de taal niet bewaakt, gaat het niet goed met de democratie. Er is ons verlangen. Verlangen naar grootsheid. Dat hij verlangen, idealisme heeft gehad, noemt hij een geluk. Hij verlangde naar alles en nog wat en dat was best intens. Er is de hypocrisie. Omdat we de waarheid niet willen zien, zoeken we een slachtoffer waaraan we onze verontwaardiging ophangen. Het morele snobisme komt hem de keel uit. Er is de mystificatie van de identiteit, op zoek naar de identiteit, paranoia. Hij bedankt er voor, zoals voor de aanhangers van radicale zuiverheid. Zuiverheid is verdacht goed. Er is het idealisme. Er is het respect. Journalistiek heeft een grote verantwoordelijkheid, doch ook zij moeten overleven en met een verbluffende eenstemmigheid, weinig kritiek en met glamour trekken ze meer lezers/kijkers. Zijn ze nog geloofwaardig? Hugo heeft het over het versoapen van de dingen, over prostaatpraat.
De pers is zichzelf kwijtgeraakt en dat is tragisch voor de democratie. Ze zijn gefocust op een kleine elite, gericht op genot en materialisme. De democratie droogt uit. Had de democratie gefunctioneerd dan was er ook een bankencrisis geweest, doch niet zoals we die nu hebben gekend. De mainstream bepaalt vandaag de waarheid. De democratie is een syndicaat van klerken. We weten niet wat er op ons afkomt. Door de globalisering is er vervlakking op binnenlands vlak en vermenging van vreemde culturen. Onze samenleving is op drift. Wordt het te erg, dan is er nog altijd de schoonheid van kunst om op terug te vallen. Via een persoonlijk verhaal maakt Hugo ons duidelijk dat er soms niets anders is dan een gegeven hand. Soms moet je gewoon proberen dingen te vergeten, omdat ze het niet verdienen dat je ze in je hoofd opslaat. Die gedachte geeft je troost, maakt je vergevensgezind. Hij doet een oproep om te blijven spreken. Een democratie zonder taal is een dood leven. Het is stil geweest tijdens zijn betoog en nu het stopt, lijkt iedereen als geparalyseerd, flabbergasted. We zagen de mens achter de schrijver, die de wereld zijn leven lang van op de eerste rij heeft geobserveerd. Zal schermen met taal en kunst en het vormen van een lichaam ons blijven behoeden? Zijn vragenronde sluit hij af met een vrouwelijke toets en de wijze raad om ons vanuit de eigen omgeving waakzaam te houden. Luisteren naar de schrijver was boeiend en een verslag schrijven over de schrijver met zijn verbaal woordgebruik was een genot. Dank je Nadine voor het aanbrengen van onze gastspreker. Deze avond was een geslaagde belichaming van De Hanze.