Verslag en foto's vriendendinner ism JCI - K. Van Eetvelt

De toekomst van de Vlaamse ondernemer Naar goede gewoonte heeft De Hanze een vriendendiner in samenwerking met JCI en allen zijn blij Koen Van Loo, bestuurder en directielid bij de Hanze en ex-JCIer, het woord te zien nemen om de spreker voor deze avond in te leiden.

Dit om meerdere redenen. Eerst en vooral Koen oogt er gelukkig volledig hersteld uit na zijn uitschuiver in het prille begin van dit jaar en iedereen heeft ondertussen wel al een knorrige maag, al duurt een uitgebreid netwerkmoment tussen de beide verenigingen nooit té lang. Karel Van Eetvelt is wat laat en daartoe heeft hij een gegronde reden, want hij blijkt opgehouden geweest door een lid van ons Koningshuis. Als Gedelegeerd Bestuurder van Unizo heeft hij voeling met en een brede kijk op wat er reilt en zeilt in België. Hij is als voorzitter of als bestuurslid betrokken in een aantal prominente organisaties zoals het SERV, VESOC, Algemeen Beheerscomité voor de Sociale Zekerheid, ADMB,  Zenito,  Vlaams Waarborgfonds, VDAB,  Hoge Raad van Zelfstandigen en KMO en vele andere.
UNIZO, de Unie van Zelfstandige Ondernemers verenigt ongeveer 85.000 ondernemers, zelfstandigen, KMO’s en vrije beroepen in Vlaanderen en Brussel en vormt hierdoor de grootste ondernemersorganisatie. Karel Van Eetvelt is dus thuis bij ondernemers. De kunst bij het ondernemerschap is en blijft de juiste antwoorden te geven op de juiste vragen. Door de crisis past de ondernemer zich zo goed en zo kwaad als het kan aan. Het ondernemerschap ligt immers altijd al aan de basis voor werk, koopkracht, sociale zekerheid en onrechtstreeks ook voor ons democratisch en degelijk onderwijs. Karel Van Eetvelt benadrukt ook onze gezelligheid in België, de vele sportclubs, ontmoetingsplaatsen, het uitgangsleven en ook dat alles wordt eigenlijk gefinancierd door het ondernemerschap. Geen wonder dat ondernemen en de ondernemer zijn bewondering en respect wegdragen, eens te meer nu in de crisis. Dat respect komt er evenwel niet uit alle hoeken, vooral in dit woelig jaar. We krijgen een aantal cijfergegevens over het ondernemerschap in België, vooral dan t.o.v. de Europese Unie. België heeft eigenlijk wel redelijk wat ondernemers, maar vooral qua opstartgraad bengelen we aan de staart, als voorlaatste, net voor Cyprus! Ten opzichte van sectoren zijn deze startercijfers gewoon jammerlijk slecht op industrieel vlak. Op het vlak van horeca, gezondheidzorg en zakelijke dienstverlening doen we het goed, doch wordt deze laatste sector dan op termijn niet bedreigd door deze lage cijfers in de industrie? De samengestelde maatstaf van de institutionele context van het ondernemerschap in België scoort ook nog behoorlijk op Europese vlak. Daarentegen prijkt onze totale belastingsvoet op de 3e plaats wereldwijd. Met onze belastingsdruk staan we letterlijk op het podium met brons. De Belgische ondernemer heeft dan weer redelijk gemakkelijk toegang tot kredietverlening in vergelijking met andere Europese landen. België scoort dus op een aantal vlakken niet zo slecht en als we aan een aantal dingen kunnen werken, kan het hier veel verbeteren, mits de juiste ondersteuning van het beleid met een lastenstop en een loonlastenverlaging. Anders valt het huis als een pudding in elkaar. Zijn we vergeten hoe noest onze welvaart door onze ouders (en voor de JCI-ers voorouders) wel is opgebouwd? Bij de jongeren is er gelukkig opnieuw een drive te merken en is ondernemen terug hot, al starten ze eerder uit een positieve vorm van rebellie. Om te ondernemen moet je immers uit die comfortzone treden. In ondernemersland kan je niet anders dan ondernemend te blijven en is het soms ook wel fantastisch om er te vertoeven. Gelukkig is de ondernemer een optimist. Voor tal van aanwezigen was deze toespraak eerder een bevestiging, een herkenning, ook wel een erkenning, dan nieuws. Kunnen we uit de titel van de toespraak en de toespraak zelf besluiten dat de ondernemer de toekomst is van Vlaanderen? Zijn ondernemers een bedreigde soort? Het woord is terug aan de tafels, die als eilandjes napraten. Spoedig toch worden er nog vlug her en der tussen de tafels bekenden aangesproken. Was de receptie dan toch nog te kort geweest?