Ontbijt(k)boek - Joren Vermeersch - 3 december 2020 - online, met ontbijt aan huis


1349. Hoe de Zwarte Dood Vlaanderen en Europa veranderde

Auteur: Joren Vermeersch

In 1349 werd Vlaanderen getroffen door een catastrofe die een derde van de hele Europese bevolking meenam in het graf: de Zwarte Dood.

De pest was wellicht een van de grootste rampen uit onze geschiedenis. Meedogenloos sloeg de ziekte toe: rijk noch arm werd gespaard.

Historicus Joren Vermeersch ontkracht de mythe dat Vlaanderen minder hard getroffen werd dan andere streken. Die plotse terugval in bevolking bracht onverwacht zware economische gevolgen met zich mee, die resulteerden in sociale conflicten en migratiegolven. Dat zorgde voor een felle politieke tegenreactie in heel Europa.

In een wervelende stijl en gestaafd door talloze archiefbronnen vertelt de auteur hoe de Zwarte Dood Vlaanderen en Europa voor altijd veranderde.

Joren Vermeersch (1981) is master in de Rechten met post-masters Internationaal en Europees Recht (UGent, Coimbra, Wroclaw) en master in de Geschiedenis (UGent). In 2015 won hij de André Schaepdrijverprijs voor zijn studie over de Zwarte Dood.

 

Rapport van de activiteit:

Verslag Online ontbijt(k)boek - Joren Vermeersch

Met het boek ‘Hoe de Zwarte Dood Vlaanderen en Europa veranderde’ springen we met auteur Joren Vermeersch van het coronajaar 2020 terug naar 1349. Maar, first things first. Early morning op 3 december rond 8 uur weerklinkt de deurbel. Aan de voordeur ligt een ontbijtpakket, met enkele nic-nacs-letters errond gestrooid. Ja, het is sinterklaastijd. Leuk eigenlijk van De Hanze om selecte takeawayers op pad te sturen en het clubgevoel toch coronabestendig vorm te geven. Snel even kijken en ja hoor, een mooi verzorgd ontbijtassortiment. Te denken dat we in normale tijden om 8 uur al paraat staan in Oostkamp, winterse verkeersperikelen of niet …

Tijd om online aan te melden. Voorzitter Wim neemt het woord en stelt historicus Joren Vermeersch voor. Deze Bruggeling is master in de Rechten met post-masters Internationaal en Europees Recht (UGent, Coimbra, Wroclaw) en master in de Geschiedenis (UGent). In 2015 won hij trouwens de André Schaepdrijverprijs voor zijn studie rond de Zwarte Dood.

De kersverse vader neemt ons met zijn ietwat korzelige stem (zoals hij zelf zegt) mee naar de late Middeleeuwen, toen de zwarte dood, ofwel de pest toesloeg. Het moet als het ‘einde der tijden’ hebben aangevoeld wanneer iedereen die begon te kuchen, jeuk e.d. kreeg, na 3 dagen stierf aan deze brutale, plotse en pijnlijke dood. In tegenstelling tot corona was er toen geen patroon – echt iedereen kon getroffen worden – en geen zicht op oorzaken (ergens is er een melding van ‘ghecorrompeerde lucht’).

Uitbraak in 1349, ook in Vlaanderen

Joren overloopt verschillende uitbraken in de geschiedenis. Het ging van de bronstijd naar de jaren 540 wanneer er via handel in Egypte een bacterie binnenkwam in het Middellandse zeegebied. Dodentol: 1/3 van de bevolking.

In 1349 was het opnieuw zover, vanuit Azië via de zijderoute langs Marseille trok er over heel Europa een opstoot met als gevolg totale paniek. Er woedde kommer en kwel gedurende zowat 3 maand, waarna de bacterie verder trok tot in IJsland. Joren toont een kaart waarop Vlaanderen als een groen vlekje ingekleurd staat, als niet-getroffen gebied. Onrechtstreekse bronnen weerleggen dit, zoals o.a.

-         een monnik in Doornik doet melding van totale ontreddering met 20.000 doden (of 1/3 van de bevolking);

-        een geschrift van Lodewijk van Male van 15/08/1349 voor de aanleg van noodkerkhoven voor zowat 12.000 mensen (hier opnieuw 1/3 van de bevolking);

-        uit de rekeningen van 1349 van de Brugse hospitaalarchieven blijkt dat veel namen niet meer terugkeren, met opeens een toevloed van nieuwe namen van (pseudo-) broeders en zusters, om de stervenden bij te staan, om ze de juiste rites te geven en zo toegang te krijgen tot het paradijs;

-        in de stadsarchieven van Gent en Brugge ontbreken de rekeningen voor het jaar 1349 gewoon, wat de totale chaos illustreert…

In Vlaanderen zou er dus ook een 30% sterfte zijn geweest, gelijklopend met rest van Europa. Die sterfte van 1/3 van de bevolking heeft Europa op zijn kop gezet, zowel op zedelijk als socio-economisch vlak.

Gevolgen

-        Er ontstond haat. Er werden verklaringen gezocht o.a. bij de joden. Wereldlijke overheden maar ook Hertog Jan hebben geprobeerd de joden te beschermen. Gerechtelijk onderzoek geschiedde, maar dat was toen zoiets als via tortuur. Beangstigende toestanden. Er was ook een opstoot van zelfhaat en religieuze ijver, een soort religieuze koorts met straf en boetedoening voor eigen zondig gedrag. Met duizenden trokken ze vanuit Brugge richting Doornik, zichzelf geselend.

 

-        Er was een opstoot van hedonisme, ordeloosheid, zorgeloosheid en extreme stress. Iedereen voelde zich de koning te rijk omdat ze aan de dood ontsnapt waren en wou van de wereld genieten. Een Gents voorgebod van 13/12/1349 legt een soort ‘avondklok’ op. Een ander gebod van 28/12/1349 verbiedt een soort ‘delivery service’ van flessen alcohol voor ‘home parties’ avant la lettre en op 6/1/1350 komt er een verbod op straatprostitutie. Het trauma rond de zwarte dood en de bandeloosheid nam pas een keer in 1550 met de Reformatie en de Contrareformatie, of de verkilling, een zedelijker en preutser worden van de samenleving.

-        Socio-economisch was er tot dan een glasheldere drieklassenstructuur:
- de clerici (Oratores) die baden voor het zielenheil van de bevolking;
- de Belatores die de christenheid beschermden (o.a. door oorlogen) en vrijgesteld waren van fysieke arbeid met monopolie op het complete plattelandsbezit;
- de Laborates of de gewone man, die pejoratief werd bekeken en veroordeeld was om te werken voor de christenheid.
Dit goddelijk gesanctioneerd systeem, amper in vraag gesteld tot dusver, wordt totaal op zijn kop gezet.

-        Arbeid werd plots schaars en werkgevers moesten elkaar beconcurreren. Van 1349 tot 1360 worden de pachtprijzen in liters graan gehalveerd, rampzalig voor de adel. Er is de opkomst van de zelfbewuste herenboer, wat het einde inluidt van de grote landdomeinen met rentmeesters en dagloners. De kleine familiale landbouw komt op en dat is erg voor de adel die ongeveer 4x zo arm werd.

 

-        De helft van de bevolking woonde in de steden met een stedelijke economie, volledig gemonetariseerd, gebureaucratiseerd en de lonen lagen minutieus vast. De ambachtskeuren  moesten gehomologeerd worden door de stadsbesturen. Stadspatriciërs en meesterwevers ‘deelden de lakens uit’. Ze waren baas in de steden want zij konden produceren aan lage lonen en het laken duur verkopen aan de internationale handelaars. Dit gaf mogelijkheden voor de stedelijke architectuur: zo is de bouw van het stadhuis in Brugge begonnen in 1370.

 

-        Er is ook veel gebeurd met de munt, over heel Europa. Een bron in Firenze citeert dat in 1349 alles plots 2x zo veel kost als voor de plotse dood. In 1351 in Parijs, een ander muntstelsel, is iedereen verbaasd omdat de prijzen verdubbeld zijn, aangezien minder bevolking toch overvloed zou moeten geven aan alles wat niet was gestorven. De sterke monetaire inflatie hadden ze toen nog niet in de gaten.

-        Er waren ook politieke gevolgen en de macht onderging een verdrukking van de adel van het zwaard (noblesse d’épée) door de nieuwe adel (noblesse de robe). Dat waren de stedelijke patriciërs die hun zonen naar de opgerichte rechtsfaculteiten sturen, o .a. in Leuven. Ze verdringen langzaam de klassieke adel in de politiek. Ook deze evolutie kent zijn kiem in de zwarte dood en zijn slotakte in de Franse revolutie met de triomf van de burgerij.

 

-        De staat probeerde met de pen als nieuw wapen macht uit te oefenen, door met een pennestrek de klok terug te draaien. Bij wet werden minimumlonen afgekondigd, onzinnig bij de schaarste aan arbeid. De kleine man valoriseerde dat door gewoon minder te werken. Er kwam een nieuwe wet die de arbeidstijden vastlegde (van zonsopgang tot -ondergang). Er doken arbeidsklokken op. Het was de geboorte van de arbeidswetgeving. Arbeid is men dan gaan verplichten voor iedereen die zich niet kon onderhouden via renten. Het geven van aalmoezen werd na de zwarte dood gecriminaliseerd.

 

-        De politiek reageerde op de schaarste van arbeid met een emigratieverbod over heel Europa en hield de eigen bevolking gevangen. Door het Vlaamse emigratieverbod van 1350 zou men geëxecuteerd worden en werd alles meteen in beslag genomen, want er was een exodus aan de gang naar Engeland. Het gedrag van de mens werd voorgeschreven, maar de ‘invisible hand’, of de dynamiek van de economie is veel sterker. Er zijn dan toch hogere lonen gekomen.

Hoe de Zwarte Dood Vlaanderen en Europa voor altijd veranderde is eigenlijk een gruwelijk en grimmig verhaal, zo blijkt. Collectief heeft Vlaanderen en heel Europa een mep gekregen. Maar we zijn rechtgekropen richting Bourgondische tijden, wat Joren een positieve gedachte vindt om mee af te sluiten. Als de Zwarte Dood ons niet klein kreeg, dan zal corona dat ook wel niet kunnen.

Onze voorzitter elect, Valerie neemt het over van Wim en begeleidt een interessante vragenronde.

Afsluiten doet Valerie door Joren te bedanken, want in de chat regent het ondertussen complimenten aan zijn adres en ook door de recente woorden aan te halen van Martine Tanghe bij haar afscheid van de VRT: “hou het veilig, hou vol! Het komt allemaal weer goed”.

Tip! Iets om alvast naar uit te kijken en vooral niet te missen: op 7 januari is er de digitale nieuwjaarsreceptie. Dit lijkt op het eerste zicht al een contradictio in terminis, maar dat is buiten De Hanze gerekend. In de chat regent het trouwens ook complimenten voor de bijzondere wijze waarop De Hanze dit moeilijke ‘contactjaar’ een invulling heeft gegeven.